Bender Coaching

Het bedriegerssyndroom: ik ga door de mand vallen!

Soms kan overdreven negatief denken over je eigen prestatie zo ver gaan, dat je jezelf als een bedrieger beschouwt: ‘Ooit zullen de anderen ontdekken dat ik eigenlijk een onbenul ben, die niet geschikt is voor deze functie.’ In het Engels wordt dit weleens het ‘impostorsyndrome’ ofwel het ‘bedriegerssyndroom’ genoemd. Als voorbeeld tref je het relaas van een rechter aan:

  Ik ben nu al een aantal jaren rechter en heb over zoveel gewichtige zaken een wijs oordeel moeten geven, dat het me soms benauwt hoe ik ermee door kan gaan. Hoe ik ook mijn best doe om me goed voor te bereiden op een zaak, hoe objectief en zorgvuldig ik ook te werk ga: heel vaak blijf ik twijfelen of ik wel goed heb gedaan en of ik wel wijs heb gehandeld. Men kijkt erg op tegen mijn toga en mijn titel, maar men moest eens wéten hoe vaak ik gebruikmaak van mijn intuïtie tijdens rechtszaken, in plaats van meer voorbereidingstijd te nemen en álle wetboeken door te lezen op zoek naar een juist oordeel. Om nog maar niet te spreken van de verkeerde beslissingen en inschattingen die ik in mijn privé-leven maak.

Ik denk weleens dat op een dag iemand de rechtszaal binnenkomt die met een vinger naar mij wijst en zegt: “Mevrouw, u bent een bedrieger! U bent in deze rechtszaak niet terzake kundig en bezit niet de intelligentie, vakkundigheid en het beoordelingsvermogen om zulke gewichtige beslissingen te nemen! Het is een schande wat u allemaal pretendeert te zijn!” Soms zou ik bijna wel willen dat dit eens gebeurde, dan hoefde ik deze onzekerheden niet meer onder ogen te zien.  

Het bedriegerssyndroom staat voor overdreven perfectionisme

Het bedriegerssyndroom is een vorm van overdreven perfectionisme. Overdreven perfectionisme is de overdreven eis aan jezelf dat je in staat moet zijn om onfeilbaar te zijn en foutloos te handelen. Perfectionisme is niet hetzelfde als foutloosheid eisen van de omgeving en de mensen daarin, hoewel dit soms kan samengaan.

De bedenker van RET, Albert Ellis, stelde dat mensen, ongeacht hoe ze zijn grootgebracht, met elkaar de valkuil gemeen hebben om zichzelf of een ander als persoon ‘te verafgoden of te verachten’, in plaats van gedrag van zichzelf of de ander als positief of negatief te evalueren. De perfectionist stelt zijn prestatie gelijk aan zijn persoon: ‘Als ik het niet goed doet, dan ben ik als persoon niet de moeite waard.’

Waar het vandaan komt

Waar komt perfectionisme vandaan? Wat beweegt iemand om zichzelf in de fuik van het perfectionisme te doen belanden? Het is met perfectionisme, in de theorie van de RET, hetzelfde als met veel andere cognities. Het is een overgeneraliserende en eisende denkwijze waarmee mensen geboren lijken te zijn. ‘Ik ben wat ik doe’, ‘Ik móet hebben wat ik graag wil.’ Een goed beeld om dit laatste te illustreren is de schreeuwende baby in de wieg. Die maakt niet alleen zijn wensen kenbaar voor een slok melk of een schone luier: hij eist dat.

De verdere ontwikkeling van irrationele gedachten wordt daarna vormgegeven door de ervaringen die iemand in zijn leven opdoet, en hoe hij naar zichzelf en de rest van de wereld leert kijken. Sommige volwassenen ontwikkelen een denk- en zelfs gedragsstijl die boven alles over foutloos presteren gaat: ‘Ik màg geen fouten maken. Ik móet alles goed doen.’

Waarom jij er niets aan hebt

De wens om iets goed te doen is alleen maar prima, natuurlijk. Maar waar een wens een eis wordt, zet je vaak jezelf een voet dwars omdat het simpelweg niet haalbaar is om alles perfect te doen. Als de eis echter erg diep in je systeem zit dat je eigenlijk een bedrieger bent, dan plaats je jezelf steeds in een positie van ongeschiktheid. Dat leidt tot getob en gemaal, ontevredenheid met jezelf als persoon en stress. Helpt het je tenminste om je werk dan zo goed mogelijk te doen? Helaas niet. Veel van de meer uitdagende opgaven waar we in werk en leven voor worden geplaatst, lukken beter met behulp van het vermogen om op tijd besluiten te kunnen nemen en daarbij hoofd- en bijzaken van elkaar te kunnen onderscheiden. En beide vindt de perfectionist nu juist zo lastig! Als alle opgaven in het leven met een krampachtige “vandaag of morgen door de mand”- houding worden benaderd, dan leidt dat vaak tot onnodige stress. Ik geloof heilig dat bij het overgrote deel van de burnout-gevallen overdreven perfectionisme en het gevoel van niet voldoen een rol speelt.

Nadelen van samenwerken met perfectionisten

Overdreven perfectionisten benadelen niet alleen zichzelf, maar ook anderen. Zij zijn niet de plezierige medewerkers waar leidinggevenden weleens op hopen. Ze kunnen door hun overdreven prestatiedrang wrevel bij hun collega’s opwekken en ze moeten per se alles tot in de kleinste details weten en controleren. Als een bepaalde klus niet meer kan voldoen aan de maatstaf van perfectie, dan kan een perfectionist doorzettingsvermogen missen, het helemaal opgeven en niets meer ondernemen: ‘Ik doe het goed of ik doe het niet’. Dat is niet handig voor wie in een team met perfectionisten moet samenwerken.

De relatie tussen perfectionisme en goed afgeleverd werk is overigens helaas regelmatig zoek; de hoge druk op presteren roept te veel spanning op om geconcentreerd te kunnen werken. Bovendien zijn veel perfectionisten notoire verslinders van deadlines, het is immers niet snel goed genoeg. Ook kan de mate van voorbereiding die ze denken nodig te hebben om tot hun prestatie te komen, aardig de spuigaten uitlopen.

Wat je eraan kunt doen

Het ergste wat je als perfectionist kan overkomen, is voortdurend succes.

De tegeltjeswijsheid ‘niemand is volmaakt’ werkt - hoe waar ook - niet goed bij perfectionisten. Zij dichten zichzelf immers een speciale, unieke positie toe, één waarin fouten maken simpelweg geen optie is. De perfectionist legt de lat immer hoger voor zichzelf, dan voor anderen. De meest effectieve bestrijding van perfectionisme is misschien wel om een perfectionist te laten uitleggen waaróm hij deze speciale positie heeft. Waarom hebben andere mensen wel het recht om fouten te maken (en daarvan te leren), maar híj niet. Wat heeft hij gedaan om dit recht te verspelen, welke autoriteit heeft hem veroordeeld tot een foutloos leven? Zijn anderen die wel eens een fout maken ook bedriegers?

De eerste perfectionist die op deze vragen een wetenschappelijk verantwoord antwoord heeft dat zijn overdreven eis aan zichzelf rechtvaardigt, moet nog opstaan.

Veel perfectionisten melden dat ze zo geworden zijn door de hoge verwachtingen die hun opvoeders van ze hadden. Dat is misschien een verklaring van de oorsprong van hun overtuiging, maar nog niet van de realiteitswaarde. Waarschijnlijk zullen deze perfectionisten erkennen dat ze voor hun eigen kinderen deze strategie van hoge verwachtingen niet verstandig vinden.

Wanneer je van je perfectionisme afwilt – en liever terug wilt gaan naar de wens (en niet de eis) om wat je doet goed te doen – dan kan het raadzaam zijn om eens te onderzoeken welke overdreven betekenis je voor jezelf als persoon geeft aan je falen. Wanneer faal je als ‘geheel’ persoon? Betekent fouten maken op je werk dat je ook als partner, vriend, ouder niet meer de moeite waard bent? Wat is precies het verband tussen jouw acties en jouw totale persoon; zijn dat wel twee zaken die precies hetzelfde zijn?

Een derde effectieve strategie kan eruit bestaan om eens wat ervaringen op te doen met het leveren van belabberde prestaties. Je kunt dit concreet vormgeven door met jezelf af te spreken dat je op bepaalde momenten in het vervullen van bepaalde taken bewust fouten gaat maken. Dat betekent dat je over een drempel heen moet stappen (de vermijding opzoeken), maar er is een goed doel aan verbonden: het bestrijden van je perfectionisme kan immers leiden tot beter werk, zoals al eerder betoogd. Het ergste wat je als perfectionist kan overkomen is voortdurend succes: je doet zo immers geen ervaringen op in de wereld waarin de rest van de mensheid leeft, namelijk die van soms goed, soms minder goed presteren. En het opdoen van dergelijke ervaringen zou je kunnen helpen om in te zien dat er ook voor jou leven is na fouten.